27ste Jagers

27ste jagers6e compagnie flankeurs, kapitein De Crassier

De Jagers vormden de lichte infanterie van een leger, welke naast het gewone infanteriewerk ook geoefend waren in speciale taken. Zo werden ze vaak vooruit gezonden in veldslagen om andere eenheden te dekken, voerden verkenningen uit en probeerden de vijandelijke eenheden te ontregelen, door hun officieren, tamboers en vaandeldragers uit te schakelen. Zo kon de strategie van de tegenstander onderuit gehaald worden, omdat er verwarring in zijn gelederen werd gewekt of onbedoelde aanvallen uitgelokt worden. Jagers hadden dus de bedoeling om heel actief aanwezig te zijn.
Op evenementen werken we veelal samen met andere verenigingen, die ook Nederlandse eenheden uitbeelden zoals het 7e bataljon van Linie, het 5e bataljon Nationale Militie en de artilleriesectie van de batterij Stevenaar. Zo vormen we de historische Brigade Bijlandt, die in juni 1815 vocht in de veldslagen van Quatre-Bras en Waterloo.
De uitvalsbasis is altijd een militair kamp, ergens in een veld, waar we onze tenten opzetten en tijdens een weekeinde het militaire leven op campagne beleven zoals toen. In de gevechten die dan georganiseerd worden, gaan we heel vaak als eerste de slag in, vliegen van hot naar her en komen in veel vuurgevechten met onze tegenstanders terecht. Al met al zien we veel actie en hebben we veel plezier tijdens een evenement.

Historie

De 6e flankeurscompagnie van kapitein De Crassier heeft veel meegemaakt in 1815, toen Napoleon de zuidelijke Nederlanden binnenviel. Op de 16e juni 1815 werd de slag bij Quatre-Bras uitgevochten en bevond de compagnie zich in de voorste linies. Tegenover een enorme overmacht van Fransen lukte het om toch terug te trekken en ondertussen hen met een sterk musketvuur op afstand te houden. Enige tijd heeft de compagnie nog meegeholpen om de versterkte hoeve G?mioncourt te verdedigen en toen ook deze in handen viel van de Franse infanterie, nam de compagnie stelling bij het kruispunt van Quatre-Bras. Nog eenmaal voerde het met de overige troepen van het bataljon een tegenaanval uit, maar werd toen overreden door een snelle aanval van Franse cavalerie. Hierbij werd de bataljonscommandant, luitenant-kolonel Grunebosch, gewond en volgde kapitein De Crassier als oudste aanwezige officier het commando op van het hele bataljon jagers.
Twee dagen later, op 18 juni, volgde de beroemde slag bij Waterloo. Hier stonden de jagers samen met de andere eenheden van de brigade Bijlandt bloot aan een enorm moordend artillerievuur van de Fransen, welke gevolgd werd door een massale aanval op hun deel van de Geallieerde linie. Tegenover zo?n overmacht hielden ze maar kort stand, alvorens kortstondig terug te wijken. Binnen enkele minuten waren de jagers hersteld van de schok en, geholpen door Engelse infanterie en cavalerie, werden de Fransen in wanorde terug geworpen en vele van hen gevangen genomen. Zo werd een kritiek moment in deze veldslag omgedraaid in een succes. Gedurende de rest van deze slag waren de jagers bij vele aanvallen en tegenaanvallen betrokken en werd er tussendoor een levendig musketvuur opgehouden met de Franse infanterie.
Nadat de slag bij Waterloo was gewonnen, volgden de jagers met het Nederlandse leger hun weg in Frankrijk zelf om voor eens en altijd met Napoleon af te rekenen. Uiteindelijk bereikten ze daarmee helemaal de poorten van Parijs, voordat definitief de vrede werd getekend.